Genetische aanleg & erfelijkheid
Waarom Lp(a) genetisch is en niet te beïnvloeden door leefstijl
Je Lp(a)-waarde is geen kwestie van leefstijl, voeding of geluk – het ligt vast in je DNA. Lipoproteïne(a) is een erfelijke bloedwaarde die je van je ouders meekrijgt. Het wordt bepaald door het LPA-gen.
Dat betekent dat sommige mensen van nature een veel hogere Lp(a)-waarde hebben dan anderen, ongeacht hoe gezond ze leven. Omdat dit risico erfelijk is, is het verstandig om niet alleen jezelf, maar ook familieleden te laten testen.
Wat maakt Lp(a) genetisch?
De hoeveelheid Lp(a) die jouw lichaam aanmaakt, wordt bepaald door het LPA-gen op chromosoom 6. Dit gen bevat de instructie voor het maken van het eiwit apolipoproteïne(a) – het unieke onderdeel dat Lp(a) onderscheidt van gewoon LDL-cholesterol. Sommige mensen hebben een genvariant die ervoor zorgt dat hun lichaam meer apolipoproteïne(a) aanmaakt. Daardoor stijgt de hoeveelheid Lp(a) in het bloed, soms tot wel tien keer de normale waarde.
Je Lp(a)-waarde wordt dus al bij de geboorte bepaald en blijft je hele leven ongeveer gelijk.
Hoe komt een verhoogd Lp(a) in de familie voor?
De aanleg voor een hoge Lp(a)-waarde is dominant erfelijk. Dat betekent dat het verhoogde risico kan worden doorgegeven door slechts één ouder, ook als de andere ouder een normale waarde heeft.
Elke ouder geeft één kopie van het LPA-gen door aan het kind. Wanneer één van die kopieën een variant bevat die veel apolipoproteïne(a) produceert, zal de Lp(a)-waarde meestal verhoogd zijn.
Dit verklaart waarom in sommige families meerdere leden op jonge leeftijd hart- of vaatproblemen krijgen, ook al lijken hun cholesterolwaarden normaal.
Belangrijke feiten over erfelijkheid:
- De Lp(a)-waarde van een kind lijkt vaak sterk op die van de ouders.
- Als één ouder een verhoogde waarde heeft, is de kans groot dat één of meer kinderen dat ook hebben.
- De waarde is niet beïnvloedbaar door voeding, stress of beweging.
Bron:
Journal of Clinical Lipidology (2023); Circulation (2024)

Genetische variaties en etnische verschillen in Lp(a)
Niet iedereen heeft dezelfde genetische aanleg voor een hoge Lp(a)-waarde. Er bestaan wereldwijd honderden varianten van het LPA-gen, waardoor er grote verschillen tussen bevolkingsgroepen zijn:
- Mensen van Afrikaanse afkomst hebben gemiddeld de hoogste Lp(a)-waarden.
- Mensen van Europese afkomst hebben middelhoge waarden.
- Mensen van Aziatische afkomst en sommige Noord-Europese populaties hebben gemiddeld lagere waarden.
Deze genetische verschillen verklaren waarom sommige mensen met perfecte cholesterolwaarden toch een verhoogd risico hebben op hart- en vaatziekten.
Waarom genetische kennis telt
Door te begrijpen dat Lp(a) genetisch bepaald is, verandert de manier waarop we naar hart- en vaatziekten kijken. Het gaat niet alleen om leefstijl of voeding, maar ook om aangeboren risico’s die je kunt meten, begrijpen en beheersen.
Je Lp(a)-waarde vertelt iets unieks over jouw genetische aanleg. Die kennis geeft de mogelijkheid om gericht te handelen, nog vóórdat er klachten ontstaan.
Als je weet dat je Lp(a)-waarde verhoogd is, kun je toch wat doen om je hart extra te beschermen:
- Gerichte preventieve maatregelen nemen, zoals het verlagen van LDL-cholesterol.
- Gezonde keuzes maken die het hart beschermen, zoals niet roken, voldoende bewegen en een hartvriendelijk eetpatroon.
- Familieleden informeren, zodat ook zij hun erfelijke risico kunnen laten controleren.
Omdat Lp(a) in families wordt doorgegeven, kan inzicht in jouw waarde ook belangrijke informatie geven voor je naasten.
Het is verstandig dat familieleden zich laten informeren over hun Lp(a)-waarde als:
- In de familie hart- of vaatziekten voor het 60e levensjaar voorkomen.
- Er sprake is van aortaklepverkalking of plotselinge hartproblemen.
- Jij zelf een verhoogde Lp(a)-waarde hebt, ook als je cholesterol verder normaal is.
NL - Nederlands
EN - English
DE - Deutsch